In het ziekenhuis 3, 4 en 5 mei 2009
5-5-2009
 
Na 48 uur te hebben rondgedoold in de Portugese gezondheidszorg, zou ik er een boek over kunnen schrijven en dat is wat ik heb gedaan. Als je zin hebt in een lang en sappig ziekenhuisdrama in drie bedrijven, ben je hier aan het juiste adres. Het enige dat er natuurlijk echt toe doet, is het welzijn van Olivia. Daarom het beste nieuws eerst: operatie achter de rug, ze komt vandaag naar huis.
 

Voor wie nu pas meeleest, eerst een korte samenvatting. Onze zestienjarige dochter klapte zondagmiddag tijdens een tocht op een speedboot met haar kaak tegen de railing. Haar mond was een ravage, ze bloedde als een rund, tanden los, verschoven en kapot, eentje lag eruit. Eenmaal aan wal, werd ze per ambulance naar het staatsziekenhuis in Portimão gebracht. Daar lag ze drie uur zonder dat we bij haar mochten. In al die tijd werd zegge en schrijve één röntgenfoto gemaakt, er was zelfs geen doekje over haar bebloede gezicht gehaald.

‘De foto is helaas onduidelijk, we weten niet zeker wat ze heeft en kunnen haar niet helpen,’ zei de dienstdoende arts.

Olivia werd per ambulance en zonder de mislukte foto naar een privéziekenhuis in Alvor gestuurd, daar zouden ze haar beter kunnen behandelen. Weer naar de eerste hulp, weer werd een röntgenfoto gemaakt, deze keer lukte hij wel. Ze had fracturen in haar kaak en moest worden geopereerd. Het was inmiddels zondagavond, er werd een kaakchirurg opgetrommeld die vertelde dat we eigenlijk al te laat waren. Binnen zes uur hadden haar tanden moeten worden teruggeplaatst, maar vooruit, hij zou het alsnog proberen. De zuster nam haar gegevens op.

De chirurg verdween en kwam na tien minuten weer terug.

‘Helaas,’ zei hij. ‘We hebben niet het juiste materiaal in huis. Ik heb een stoel nodig, licht, bepaalde draden, dat is hier niet aanwezig. Ik kan haar pas morgenochtend helpen, dan moet ze naar het ziekenhuis in Faro. Het is heel vervelend, maar ik verzeker u dat ik haar om negen uur direct help.’
Later vertelde een vriendin dat deze chirurg waarschijnlijk alleen was komen opdraven omdat de kliniek hem een fantastisch tarief voor de zondagavond betaalt. Hij kent die kliniek, zei ze, en weet donders goed dat hij haar daar onmogelijk zou kunnen opereren.

Wij verkeerden nog in de veronderstelling dat het nu gelukkig snel goed zou komen, toen we de volgende ochtend even voor half negen bij het staatsziekenhuis in Faro arriveerden. Olivia kwam per ambulance vanuit Alvor. We belandden bij de eerste hulp, waar we door een sloffende verpleger in een wachtkamer werden geparkeerd. Wat ik allang had moeten beseffen, drong eindelijk tot me door: de spoedeisende situatie van onze dochter was definitief ingehaald door de werkelijkheid. Ze was in het Portugese systeem beland, in het aloude protocol van pappen en nathouden.

Na een half uur wachten haalde de sloffende verpleger een ogenschijnlijk willekeurig groepje mensen uit de wachtkamer, waaronder Olivia in haar rolstoel. Hij nam ons mee naar buiten, gebaarde dat we hem moesten volgen, blijkbaar moesten we ergens anders heen. In een optocht wandelden we over het parkeerterrein, staken een weg over en bereikten een ander gebouw. 

Eenmaal binnen in het andere deel van het ziekenhuis, werden we door de verpleger op tournee genomen. Lift in, lift uit, gang in, gang uit, af en toe maakte hij een vaag gebaar, dan werd er weer iemand uit ons groepje losgelaten, die blijkbaar zijn plek van bestemming had bereikt. De gangen en zalen in het vooroorlogse gebouw waren propvol, overal zaten, lagen en hingen mensen. Totale lamlendigheid troef. Ineens begreep ik waarom het altijd zo rustig is in de Algarve: zeker de helft van de bevolking bevindt zich permanent in het ziekenhuis, wachtend op een dokter die misschien straks komt.

Ook Olivia bereikte haar bestemming, de praktijk van de kaakchirurg, de man die ons had bezworen haar om negen uur stipt te zullen opereren. Hij kwam na half tien aanzetten en keek ons verbaasd aan alsof hij niet had verwacht dat we er werkelijk zouden intrappen. Hij tikte wat in op zijn computer, mompelde dat internet het helaas niet deed. Hij pleegde wat telefoontjes, liet zijn assistente komen, die ons weer op sleeptouw nam naar een ander deel van het gebouw, het deel waar het ons om ging: de operatie-afdeling.



Twee forse dames achter de receptie van de afdeling keken ons fronsend en wantrouwend aan. Deze patiënte hadden ze niet verwacht en ze leken niet van zins haar in te boeken. Na veel vijven en zessen, overleg, gebaren, gezucht, getelefoneer en zachte drang van de assistente van de chirurg werd Olivia in een operatiehemd gehesen en in een bed op de gang gelegd.

Het wachten ging onverminderd door. Een verpleegster kwam langs om een infuus aan te leggen - het kind had al 22 uur niets meer gegeten of gedronken - maar de TL-buis waaronder Olivia lag, was stuk, ze kon de aders niet goed zien. Het bed werd onder de volgende TL-buis gereden. Na drie keer prikken, was het raak.

Om kwart voor twaalf (!) rolden de zusters Olivia naar de klapdeuren van de operatiezaal. Een vriendin van me die hier al sinds haar jeugd woont, vond dat verrassend snel.

‘Het is zover, geef haar maar een kus,’ zei de verpleegster.

Nadat ik dat had gedaan en slaap lekker had gezegd, draaide ik me om en plengde een riviertje van angstige tranen op de schouders van Ton.

Waar liet ik mijn kind achter? Stel dat het mis zou gaan? Stel dat die TL-buis bij lange na niet het enige kapotte ding was in dit ziekenhuis? Grote hemel, wat deed ik haar aan? 

De ene na de andere medische misser verscheen voor mijn geestesoog. Ik probeerde ze te verbannen en vermande me. ‘Nou goed, dan moeten we het maar overgeven,’ snufte ik na een paar minuten. ‘Als het in godsnaam maar goed gaat.’
‘Voorlopig staat ze nog steeds voor de klapdeuren,’ liet Ton me nuchter weten. Betrapt keek ik achterom, en inderdaad, het bed met mijn kind erin was nog geen millimeter verschoven.



Toen ze eenmaal door de klapdeuren heen was, hebben ze haar waarschijnlijk eerst een uur om de hoek geparkeerd, want pas een kleine drie uur later rolde haar bed weer naar buiten. Ook de chirurg liet zich even zien. Hij had gedaan wat hij kon, zei hij, maar de inwendige beschadigingen waren erger dan hij had verwacht. Hij had alles weer op zijn plaats gezet en gezekerd, nu maar kijken hoe het verder zou gaan. 

Een versufte Olivia werd teruggereden naar haar plekje onder de kapotte TL-buis. Het bezoekuur was begonnen, lunchkarren reden af en aan, het was spitsuur op de gang. Langzaam kwam ze bij kennis, ze was misselijk, moest keer op keer overgeven en deed dit onder het belangstellende oog van diverse voorbijgangers en een halfnaakte Portugese patiënt met een behaarde buik, die met zijn infuus voorbij kwam op weg naar het toilet. 

‘Dit is One flew over the Cuckoo's nest,’ fluisterde Ton ontzet.

Al meer dan 24 uur was onze dochter een voorbeeldige, goedgemutste patiënt geweest, maar nu werd ze kwaad.
‘Ik wil naar huis,’ sprak ze slissend en met gloeiende ogen. ‘Ik wil hier weg.’
‘Dat kan niet, schat. Je bent net geopereerd.’ 
‘Ik wil weg!’ Boos trapte ze het laken van zich af. ‘En ik moet plassen.’
‘Ik zal een rolstoel voor je halen.’
‘Dat hoeft niet, mam, ik lig tegenover de wc. Zie je al die mensen niet in en uit gaan?’

Tegen half zes kwam de chirurg een kijkje nemen. Toevallig lag het arme schaap net weer te spugen. ‘Ze mag niet naar huis, zolang ze zo is,’ besloot hij. ‘Het is beter dat ze nog een nachtje blijft.’
‘Dat vermoedden we al,’ zeiden wij. 'Mag ze dan nu naar de zaal?’
Weer die verbaasde blik van de chirurg.
‘U bedoelt toch niet dat ze de nacht moet doorbrengen op deze gang?’
Hij knikte, natuurlijk, dat bedoelde hij wel.

Er zijn momenten in het leven dat je voor je kind moet opkomen en dit was er een.

‘Breng haar alstublieft terug naar het privéziekenhuis waar ze vandaan kwam,’ zeiden we tegen de chirurg. ‘Daar had ze een eigen kamer, daar was het veel rustiger.’
‘Dat kan niet.’
‘Waarom niet? We zijn ervoor verzekerd. We betalen ervoor.’
‘Toch kan het niet. Dat is niet volgens het protocol.’
‘En als we het zelf regelen?’
‘Dan is het voor uw verantwoording.’

Die verantwoording namen we. We belden het ziekenhuis in Alvor. Ze mocht komen, mits we alle ontslagpapieren zouden ondertekenen. Hun ambulance bevond zich in de buurt van Albufeira en zou nog zeker anderhalf uur op zich laten wachten. Ik tekende een inderhaast gemaakt papier. Olivia werd uit het Portugese staatssysteem gegooid - nog geen minuut later werd haar infuus ontkoppeld, dat deden ze ineens heel snel. Nu ze toch geen infuus meer had, konden we haar net zo goed zelf brengen, opperde ik. Olivia stak haar duim omhoog, ik belde het privéziekenhuis om de ambulance af te zeggen.

We vroegen om haar medische gegevens voor de overdracht, maar die wilden de verpleegster ons niet geven. Dat stonden de regels niet toe, zei ze. De chirurg was hem alweer gesmeerd.
‘U kunt toch wel even een kopietje maken?’ vroeg ik smekend.
Nee, daar kon ze echt niet aan beginnen.

Met mijn meest wanhopige blik keek ik haar aan. Ze ging overstag, krabbelde wat op een papiertje, zodat de volgende dokter tenminste zou weten wat er in Olivia’s laatste infuus had gezeten. Ik kon haar wel zoenen, zo blij was ik met deze onverwachte geste.
Later vertelde onze werkster dat ik haar gewoon wat euro’s had moeten toeschuiven, dan had ze het meteen gedaan.

Ton vroeg om een rolstoel om Olivia naar buiten te brengen. Weer keek de verpleegster bedenkelijk. Nou vooruit, als we een creditcard aan haar gaven, mochten we hem even lenen. We gaven Olivia’s paspoort. 

Om zes uur 's avonds reden we met onze lijkbleke dochter over de snelweg. Vijftig minuten later arriveerden we bij het privéziekenhuis in Alvor. Mijn telefoon ging.
‘Alo! This is the ambulance. We are in Faro. Where are you?’

We verbaasden ons intussen nergens meer over. In Alvor mocht Olivia niet direct naar haar kamer, ze moest eerst in de wachtkamer wachten en toen langs de eerste hulp, waar ze de dag ervoor ook had gezeten.
‘Wat is er met uw dochter gebeurd?’ vroeg de bebaarde dokter vriendelijk.

Ik overhandigde hem de röntgenfoto's die door zijn kliniek waren gemaakt en het krabbeltje van de verpleegster uit Faro. Daarna vertelde ik voor de honderdduizendste keer het verhaal over de speedboot. 

‘Ik ben zo moe. Mag ik liggen?’ vroeg Olivia, terwijl de dokter wat gegevens intikte op zijn computer.
‘Natuurlijk,’ zei hij. 

Ze stond op uit haar rolstoel, ging languit op de behandeltafel liggen en sloot haar ogen. Mijn puber, die zich altijd overal voor geneerde, was de schaamte voorbij.

Niet eens zo heel veel later lag ze in een echt bed op de eerste hulp, waar ze haar zoveelste infuus kreeg, ditmaal in een keer raak. Daarna werd ze naar een kamer op de eerste verdieping gebracht, waar de verpleegster haar herkende van de vorige nacht.
‘Dag schat,’ zei ze. ‘Ben je er weer? Hoe gaat het met jou?’

Eindelijk konden we haar met een gerust hart achterlaten. Het was inmiddels half tien 's avonds. Ton en ik reden naar het dichtsbijzijnde restaurant, aten Chicken Tikka Masala met Garlic Naan en vertelden elkaar hoeveel we van dit kind hielden. En van die andere natuurlijk ook.



Nawoord
Niet onvermeld mag blijven dat Ton zijn dochter voor de operatie een iPhone had beloofd als troost voor alle doorstane ellende. Helaas was Olivia dit na de narcose niet vergeten. Ze voelt zich intussen erg thuis in de privékliniek, heeft haar laptop bij zich met een internetverbinding. Het laatste bericht dat ik van haar kreeg, was een mailtje met vier foto's van hoesjes voor een iPhone, variërend van zacht- tot knalroze. Daaronder de prangende vraag: welke vind je het mooiste, mam?

 
Datum geplaatst: 5-5-2009
 
Zoeken in WiH Archief
WiH compleet
- Archief
WiH 2008
 
 
 
WiH Recent verschenen
Op vakantie in Thailand tot 10 april
6-4-2010
Op eigen terrein
18-3-2010
Op een surprise party
10-3-2010
Alleen thuis 19 - 21 februari
26-2-2010
Bij haar Valentijn
14-2-2010
Bij ome Jos
4-2-2010
Borstels aan het kopen
23-1-2010
Op weg naar Parijs
22-1-2010
In een warm, virtueel bad
21-1-2010
Bij Ajax
9-1-2010