Johnny en Heleen op reis door Amerika

‘Ben ik 23 uur onderweg geweest voor een boekwinkel? Een boekwinkel?!?’

Johnny en ik hebben een gezamenlijke hang naar krankzinnige avonturen. Ik ken Johnny uit het nachtleven, overdag kom ik hem zelden tegen. Dat wij ooit samen op reis zouden gaan, stond al jaren in de sterren geschreven. De enige vraag die ons restte, was de vraag die Mieke Telkamp ooit zo loepzuiver zong: waarheen leidt de weg die wij moeten gaan? Lieve Mieke, de weg die wij moesten gaan, leidde van San Francisco naar Los Angeles.

Roadtrip van San Francisco naar LA

29 juli – 2 augustus 2012

Carvoeiro, Portugal, zaterdag 26 mei, Andrea en ik op het balkon van mijn kantoor-aan-zee.

Andrea, serieus: ‘We vinden het heel leuk dat je met Johnny op reis wilt, maar we moeten wel weten waarheen en waarvoor.’
Ik, opgewekt: ‘Naar Amerika. Met Johnny kan je lol hebben en ik hou van Amerika. Altijd al gedaan.’
‘Dat is fijn,’ zegt Andrea voorzichtig, ‘maar het is niet voldoende.’
‘Ik ben nog niet klaar. Amerikanen denken niet alleen groot, ze zíjn groot, als je begrijpt wat ik bedoel. Portugese mannen komen amper tot aan tot mijn borsten, gedragen zich schuchter en ik versta ze nauwelijks. Amerikanen versta ik uitstekend. Dat accent alleen al, heerlijk.’
Andrea, met een lichte zucht: ‘Ik begrijp je. Maar als je nou één goede reden moet geven waarom je naar Amerika wilt?’
‘Starbucks? Hebben we niet in de Algarve.’
Andrea werpt me een zeer strenge blik toe.
‘Nou ja, als je het echt moet weten: ik wil natuurlijk doorbreken in Amerika. Dat wil ik al jaren. Ik ben nog nooit in Hollywood geweest. Ook niet in San Francisco, wat de meest open minded stad van de VS schijnt te zijn.’
‘Kijk, hier kunnen we iets mee,’ zegt Andrea verheugd.
‘Denk je?’
‘Laat dat maar aan ons over.’

San Francisco, Hotel Diva, zondag 29 juli 2012, ’s ochtends heel vroeg

Johnny, enthousiast: ‘We hebben een verrassing voor je. Zal ik het vertellen?’
‘Andrea voorspelde al dat jij de verrassingen altijd verklapt,’ antwoord ik lachend. 
‘Je komt er toch achter,’ zegt Johnny schouderophalend. ‘Weet je waar we straks naartoe gaan?’
‘Geen idee. Maak me gek.’
Johnny schraapt zijn keel en zegt dan langzaam: ‘Ik neem je mee naar een boekwinkel.’
‘Ha ha, heel geestig. Serieus, waar gaan we naartoe?’
Johnny, bedeesd: ‘Dat zei ik net, naar een boekwinkel.’
‘Schat, ik ben met een taxi van mijn villa in de Algarve naar Lissabon gereden, daar op het vliegtuig naar Philadelphia gestapt, in Philadelphia ben ik overgestapt op de vlucht naar San Francisco, in San Francisco ben ik door ene Khaled naar Hotel Diva gebracht, ik ben 23 uur onderweg geweest en dat alles voor een bezoek aan een boekwinkel? Een boekwinkel?!? Ik schrijf boeken, ik koop nooit boeken. Waarom zou ik in godsnaam naar een boekwinkel willen?’
Johnny: ‘Het is een hele bekende boekwinkel, hoor. De meest beroemde van San Francisco.’
‘Great. This is just great.’
Johnny: ‘Heb jij al koffie gehad?’
Ik, mokkend: ‘Nee.’
‘Zal ik het halen voor je? Wil je er een bagel bij? Fruit? Yoghurtje? Vitaminewater?’
‘Doe maar.’

In een boerenschuur ergens tussen San Francisco en LA, 25 juli, maar het kan ook 24 juli zijn, of 26 juli, ´s avonds laat, na een oneindige draaidag met tennisrackets, (te)veel blote piemels, hoge bomen en een vooroorlogs vliegtuig. 

Andrea: ‘Ah, daar ben je. Was je even wandelen? We zijn er klaar voor.’
Ik: ‘Huh?’
Andrea: ‘We hebben de set net uitgelicht, we draaien het laatste gesprekje en dan zit het erop voor vandaag.’ 
‘Nog een gesprek? Ik ben een beetje moe.’
Johnny, tegen Andrea: ‘Ze ziet er moe uit.’
Andrea: ‘Het zou toch wel héél fijn zijn als het lukt. We hebben een bed gemaakt van hooibalen, er liggen slaapzakken klaar, Johnny en jij kunnen naast elkaar liggen, superromantisch allemaal. Het is zo gebeurd.’
‘Waar gaat het gesprek over?’ Ik werp een aarzelende blik op de schuur, waar Pete tegen zijn hengelmicrofoon leunt en Dennis zijn camera scherp stelt op de hooibalen.
Andrea: ‘Nou, d’r zijn dus twee dingetjes die we nog even moeten aanstippen: je jeugd en de zelfmoord van je vader.’
Johnny ziet dat ik nog witter wegtrek en zegt: ‘Alleen als je het wilt, hoor. Het hoeft niet.’
Andrea: ‘Dat is waar. Maar als je het nu niet doet, kunnen we het alleen morgenochtend doen. En dat moet dan heel vroeg.’
‘Nu is geen goed idee, Andrea,’ zeg ik, terwijl ik iets wegslik. ‘Echt niet. Dat wordt tranendal. Daar valt niet tegenop te poederen. Liever morgenochtend.’
‘Weet je het zeker?’ probeert ze. ‘We kunnen het toch even proberen? Alles staat al klaar...’
‘Ze weet het zeker,’ onderbreekt Johnny haar.
Ik knik hem dankbaar toe.
‘Wel vet om vannacht op die hooibalen te slapen, toch?’ vraagt Johnny. ‘D’r zitten twee uilen in de nok van de schuur, heb je die al gezien?’
‘Ja. Enig. Maar ik blijf vannacht liever in mijn trailer.’
‘Waarom?’
‘Omdat het stro prikt als de ziektes, omdat die uilen misschien op mijn hoofd schijten, omdat die schuur heel groot is en leeg en eng. Omdat ik 47 ben en mijn hooischuurdagen allang voorbij zijn. Daarom.’
‘Sorry dat ik het vroeg,’ mompelt Johnny.
O hemel. Hij doet echt zijn best en ik ben echt een kreng.
‘Je mag best bij mij in de trailer slapen, als je wilt,’ probeer ik nog.
‘Ik ga zuipen.’ Hij loopt weg.
Waar andere echtparen tien jaar over doen, hebben Johnny en ik in vijf dagen voor elkaar.    
Ik wandel op mijn tandvlees naar mijn trailer. Daar zit Paul. Hij is de opnames van die middag aan het checken. Ik zie mezelf in een geel vliegtuig met een vooroorlogse pilotenbril.   
‘Eh… Paul. Ik ga naar bed.’
Hij kijkt verbaasd op.
‘Naar bed?’
‘Ik ben moe.’ En ik heb heimwee, het huilen staat me nader dan het lachen, het zal de jetlag wel zijn, ik moet ongesteld worden, weet ik veel. Het was een lange dag.
‘Maar dit is de Back to basics nacht,’ zegt Paul. ‘De nacht waarin we allemaal losgaan. De avond van de grote verbroedering. Het is een traditie.’
‘Toch ga ik naar bed.’
‘We hebben nog nooit een gast gehad die deze nacht overslaat.’ Hij kan zijn oren niet geloven. ‘Zelfs Caroline Tensen kroop uit haar schulp.’
‘Iemand moet de eerste zijn.’ Ik stel Andrea niet graag teleur, ik stel Johnny niet graag teleur, ik stel Paul niet graag teleur, ik stel niemand graag teleur, maar vanavond doe ik het allemaal wel.
Paul berust, klapt zijn laptop dicht en maakt zich uit de voeten.
Eindelijk alleen.
Ineens staat Tom naast me. Hij lijkt op afstand te hebben geroken dat er zich een vrouw in nood in zijn trailer bevindt. Zonder iets te vragen begint hij het bed op te maken.
‘Dit matras is heel comfortabel, mijn vrouw heeft het uitgezocht,’ vertelt hij. Het is voor het eerst in drie dagen dat ik hem hoor praten. ‘Ik zal je een geheim verklappen. Er zit een toilet in de trailer. Jij hoeft vannacht niet met je wc-rol over de camping. De lichtschakelaar zit hier, zie je? Ik zet de raampjes een beetje open voor frisse lucht. Heb je verder nog iets nodig?’
Ik schud van nee.
Dankzij Tom en 20 mg Temazepam slaap ik die nacht als een roos. Om een uur of vier hoor ik het geluid van dronkenmansgeschreeuw dat dichterbij komt en weer wegsterft. Ik draai me nog eens om. De volgende ochtend vertelt Andrea me met kleine oogjes dat Johnny en Dennis op dat moment poedelnaakt over de camping renden waarbij hun verbroedering een nieuw hoogtepunt bereikte.
‘Waar is hij?’ vraag ik.
‘In de auto van Tom.’
Johnny ligt in foetushouding op de achterbank, zo verkreukeld als een pasgeborene, al hebben de meeste baby’s niet zoveel tatoeages.
Ik maak hem wakker.
‘Goedemorgen.’
Hij kreunt.
‘Toch maar niet op de hooibalen gekropen?’ vraag ik plagerig.
Hij opent één oog. ‘Kon ze niet vinden,’ mompelt hij.
‘Je had bij mij in de trailer mogen slapen, mop, ik had het je aangeboden.’
‘Weet ik. Maar jij weet niet hoe hard ik kan snurken. Dat wilde ik je niet aandoen.’
Johnny geeuwt luidruchtig, haalt zijn handen door zijn haar en komt overeind. ‘Zeg, die slaappil van je deed het fantastisch, bedankt nog. Heb je toevallig ook twee aspirientjes voor me? Ik lust ook wel wat vitaminewater.’
Het is een bijzonder kind, en dat is-ie.    

In een limo in Los Angeles, donderdagochtend 2 augustus

De eerste keer dat Pete me zenderde – ja, zo heet dat in televisieland, iemand zenderen ofwel voorzien van een geluidszender – nam hij me apart, zocht een rustige ruimte uit, waar hij de elastische band met met gepaste excuses en licht trillende vingers om mijn middel bond.
We zijn nu vier dagen verder.
We bevinden ons met zijn allen in de bus. Ik draag een jurk, de band moet dit keer om mijn dijbeen. Pete gromt, hij heeft een stuk tape in zijn mond, ik spreid mijn benen. Zijn handen  schuiven hoog onder mijn rok, hij trekt het klittenband stevig aan en plakt het stuk tape vast.
‘De antenne kan in je schaamstreek priemen,’ deelt hij mee, ‘maar dat went wel.’

Ergens in Los Angeles, het laatste onderonsje met Johnny, donderdagavond 2 augustus.  

‘Ik heb alles gedaan wat God verboden heeft en heb er zelf nog een paar dingetjes bij verzonnen,’ zegt Johnny met een grote grijns. ‘Je mag me citeren. Moet je het niet even opschrijven?’
‘Maak je geen zorgen, ik onthoud het wel,’ stel ik hem gerust. ‘Je hebt me al eerder geïnspireerd, weet je nog?’
‘Er staat me vaag iets van bij,’ zegt hij zogenaamd onschuldig. ‘Was dat die keer dat ik over dat meisje heen plaste?’
‘Nee!’ roep ik geschokt.
Voor alle kijkbuiskindertjes die aan mijn geheugen twijfelen: daar was ik niet bij. Echt niet. Of ik dat jammer vind, is een andere vraag. Mieke Telkamp zou zingen: waar staat de poort die me binnenlaat?

 
 
 
29-10-2012 - 20.30 uur - SBS6

Op maandag 29 oktober 2012 om 20.30 uur kun je op SBS6 genieten van Heleens avonturen in Amerika in Waar is de Mol? Voor dit programma reisde Johnny de Mol samen met Heleen af naar de Verenigde Staten om te werken aan haar internationale doorbraak. Dat leverde de nodige hilarische taferelen op. Heleens verslag van de reis is ook te lezen in Veronica Magazine nummer 43 (20 oktober). Bekijk hier de trailer.
   
 
HET REISGEZELSCHAP
 
Andrea: regisseur/eindredacteur
Johnny mag graag denken dat hij de baas is, maar in feite is zij het. Andrea weet altijd waar Johnny uithangt, iets wat hijzelf geregeld vergeet. Andrea zag de uitzending al voor zich voordat wij wisten waar we heen gingen. Zat allemaal in dat koppie van d’r, het moest alleen nog worden opgenomen. Andrea oogt fragiel en onschuldig, maar zorgt dat  precies gebeurt wat zij wil en wanneer ze het wil. My kinda woman.
 

Paul: producent
Paul is blond. Hij heeft de looks van een fotomodel, met zo’n hoekige kaaklijn en zogenaamd nonchalante stoppels-van-een-dag, maar is in werkelijkheid een zoet bezig bijtje dat zoemend regelt dat alles volgens plan verloopt. Er moet geslapen, gegeten, gedronken, gereden, gevlogen, getankt en, o ja, gefilmd worden. He makes it happen. De communicatie tussen Paul en Johnny verloopt via een walkie talkie. De mannen zijn dermate vergroeid met hun apparaten dat ze deze ook gebruiken als ze zich binnen gehoorsafstand van elkaar bevinden.  

 

Dennis: cameraman
Robuust, stabiel, onverstoorbaar, kort stekeltjeshaar. Houdt van vrouwen en eten. Wordt voortdurend in zijn nek geblazen door Johnny die werkelijk overal mooie shots ziet – ‘Kijk nou toch jongens, een zeeleeuw!’ – en zich ervan wil verzekeren dat Dennis deze ook waarneemt en meepakt. Dennis zucht, hijst zijn camera op zijn schouder en knikt bevestigend naar Johnny, die intussen hysterisch op en neer springt en de zeeleeuw het liefst hoogstpersoonlijk uit de Baai van San Francisco zou sjorren om hem beter in beeld te krijgen.  

 

Pete: geluidsman
Komt ietwat nerveus en neurotisch over, maar dat maakt hem charmant. Zijn angst voor het jachtige leven van alledag is volkomen terecht. Overal waar we ons vertonen, worden we geconfronteerd met storende geluiden: denderend wegverkeer, klapperende zeilen, grasmaaiende Amerikanen, bladblazende Amerikanen, gillende kinderen en piepende banden. Probeer de stemmen van Johnny en zijn gast maar eens ongeschonden uit deze brij van decibellen te vissen. Ondoenlijke missie. Hij volbrengt hem.  

 

Tom: Amerikaanse eigenaar/chauffeur van de hevig bestickerde trailer waarmee we Amerika veroveren
Tom is lang, broodmager en stil. Hij verstaat de kunst zich onzichtbaar te maken als geen ander, sterker nog, hij doet het zo goed dat ik hem de eerste twee dagen niet heb waargenomen. Tom werkt hard, is nederig en kan als het moet op commando tien liter olie uit de grond boren. Heeft daarvoor het juiste gereedschap in zijn achterzak en een zakdoek paraat om zijn handen na afloop af te vegen.

 

Johnny: behoeft geen nadere introductie.

 

Heleen: gast en meereizende apotheek.