- MOEDER, DOCHTER, MINARES -

Heleen van Royen


20 jaar schrijverschap: een ode aan leven, liefde en lust

De nieuwe Heleen van Royen!

PAPERBACK, 240 p. | ISBN: 9789044360615 | € 22.99,-

Verschijnt 13 november!
(Maar al te bestellen bij uw lokale boekhandel of online)


- INHOUD -

In 2020 is Heleen van Royen twintig jaar schrijver. Dat vieren we met Moeder, dochter, minnares. Deze jubileumbundel bevat zowel columns, als persoonlijke lange verhalen, over bijvoorbeeld de dag dat ze haar beide ouders begroef. Ze schrijft onomwonden over de eerste keer dat ze XTC nam met haar vriend Bart en over haar bijzondere ontmoeting met George Michael via diens vriend Fadi Fawaz, na zijn eennalaatste concert. En natuurlijk geeft ze een inkijkje in haar recente grootmoederschap. Samen geven de stukken een mooi beeld van de afgelopen twintig jaar en van alle vrouwen die Heleen is.

- MOEDER, DOCHTER, MINARES -

Fragment

De dag dat ik mijn vader en moeder begroef

‘Weet je wat haar wensen waren?’ vraagt Clemens.

Het is zondag 15 juli 2018. Mijn moeder is om tien voor halfzes ’s middags in mijn armen overleden. Clemens is diezelfde avond naar verpleeghuis Zonnestraal gekomen om haar te verzorgen en met mij en Olivia de uitvaart op touw te zetten.

Clemens is mijn uitvaartman. Ik heb een klusjesman, een tuinman, een juridische man en een belastingvrouw. Ze zijn me allemaal dierbaar, maar Clemens heeft een speciaal plekje in mijn hart sinds hij me uit de brand hielp toen de moeder van Ton overleed. We bevonden ons op dat moment met het hele gezin in Thailand – dat zul je altijd zien. Het was Kerstmis, snikheet, en ik bracht uren door bij de ‘receptie’ (lees: houten hut) van ons resort om zwetend en half huilend onze vluchten te verzetten en de uitvaart te regelen. We woonden in Portugal, de crematie zou in Nederland zijn, we bevonden ons op Koh Chang, een paar uur varen van het vasteland – het was ingewikkeld. Het Thaise wachtmuziekje van klm kan ik nog horen: een zangerige, ijle vrouwenstem die iets zong over een deur die open- of dichtging. Er was geen Shazam. Ik heb het liedje nadien lang gezocht, maar nooit gevonden.

De nog levende schoonzus van mijn schoonmoeder had me getipt: je moet Clemens Bouwens hebben, die is goed. En dat was hij. Het was de eerste uitvaart die ik regelde en hij loodste me er kalm, doch vastberaden doorheen. Een rechtschapen, betrouwbare man. Imposant ook, lang en breed, met een ouderwets gezicht en het perfecte postuur voor een lange jas met een hoge hoed. Precies wat je nodig hebt in tijden van rouw. Hij regelde een rozenkrans, die ik om mijn schoonmoeders handen draaide toen we eenmaal in Nederland waren.

‘Dank voor alle goede zorgen. Jij mag voortaan al onze begrafenissen doen,’ zei ik na afloop van de plechtigheid. ‘De mijne ook.’

Nu we afscheid moesten nemen van mijn moeder was Clemens degene die ik belde.

‘Ze wilde begraven worden,’ antwoord ik. ‘Dat weet ik zeker.’

‘Weet je ook waar?’ vraagt Clemens.

‘Sint Barbara,’ zeg ik aarzelend. Het is de eerste naam die in me opkomt. ‘Het is ergens in Amsterdam-West. Kan dat?’ Mijn moeder heeft het me ooit verteld en ik heb het toen opgezocht in het Amsterdamse stratenboekje, dat kleurige boekje met spiraalband, want daarmee vond je vroeger de weg.

‘Dat kan,’ zegt Clemens. ‘Het is een mooie, kleine begraafplaats.’

‘Dan wilde ze daarnaartoe,’ zeg ik.

‘Ga ik regelen.’

Clemens reikt naar zijn tas.

‘Nu komen de mappen,’ fluistert Olivia.

En inderdaad, daar kwamen de mappen. Clemens legt ze op tafel.

Er is een map voor de bloemen, een map voor de kaarten en een map voor de kisten. Mijn voornemen was om het simpel te houden. Mijn moeder is zevenentachtig jaar geworden. Ze hield niet van opsmuk.

Olivia bladert door de kisten.

‘Kijk eens, mam,’ zegt ze. ‘Je kunt de kist ook met stof laten bekleden. Een katoenen stof met een print.’

Zoiets maakt een kist wel een stuk vriendelijker, vinden we. Olivia en ik gaan geroutineerd door de opties heen, zoals we zo vaak hebben gedaan bij de vele winkelrekken die we in ons leven troffen.

‘Deze is het mooist,’ zeggen we eendrachtig. ‘Een natuurprint. Past precies bij oma.’

Onze favoriete kist is bekleed met een roomwitte stof met frele bladeren in beigetinten en grijswitte pluizenbollen van paardenbloemen. De binnenbekleding is van ongebleekt gewatteerd katoen en ziet er comfortabel uit.

‘Doe die maar,’ zeg ik tegen Clemens zonder naar de prijs te informeren.

‘Wat leuk. Het is de eerste keer dat ik deze kist verkoop,’ antwoordt hij opgewekt. Ik durf nog steeds niet naar de prijs te vragen.

‘Even iets anders,’ zeg ik. ‘Ik heb dus nog een graf. Een graf in Noord. Daar ligt mijn vader. Het is een beetje een gek verhaal.’

Als uitvaartondernemer kijk je niet op of om van een gek verhaal. Clemens luistert aandachtig terwijl ik de geschiedenis in vogelvlucht vertel. Zelfmoord vader in 1978, toen ik dertien was, uit puberale koppigheid niet naar zijn begrafenis gegaan, het me vaak voorgenomen, maar ook nooit naar zijn graf geweest. Eind 2016 bericht van een nicht. Haar vader, de broer van de mijne, blijkt mijn vaders graf te beheren. Zijn ouders, ofwel mijn opa en oma, en nog een andere broer liggen er ook; het is een familiegraf. Haar vader bezoekt de plek jaarlijks met zijn vrouw op Allerzielen, maar het echtpaar redt dit vanwege hun hoge leeftijd niet meer en wil ervan af. Aangezien onze vader er nog ligt, is de vraag of ik er belangstelling voor heb. Zo niet, dan wordt het graf afgesloten en geruimd. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om het aanbod te weigeren. Als ik onverhoopt toch naar het graf toe wil, moet het er wel zijn. En mijn vader ruimen klinkt erg definitief. Ik neem de rechten over en word de wettelijke beheerder van het familiegraf, zonder er ooit te zijn geweest.

‘Ik wist natuurlijk dat mijn moeder zou komen te overlijden. En ik heb overwogen om haar in het familiegraf bij te leggen, maar ik vind het lastig. Ze is vlak voor zijn dood van mijn vader gescheiden.’

Toen het graf in mijn bezit kwam, verkeerde mijn moeder al in een vergaand stadium van dementie. Ik heb het idee een keer geopperd – ‘Zeg, hoe zou je het vinden om straks bij papa in het graf te liggen?’ – maar toen stak ze haar tong uit. Dat was moeilijk te interpreteren. Waarschijnlijk dacht ze dat ik haar in de maling nam. Wat je haar niet kwalijk kon nemen.

‘Hoe denk je er nu over?’ vraagt mijn uitvaartman. ‘Het idee dat ik straks twee graven beheer vind ik nogal wat,’ zeg ik eerlijk. ‘En mijn moeder in een familiegraf leggen van haar ex-schoonfamilie is ook niet ideaal. Ze verdient haar eigen graf. Het liefst zou ik mijn vader bij mijn moeder in haar graf willen leggen – dan kan ik ze ook samen bezoeken – maar ja, dat kan natuurlijk niet.’

‘Waarom zou dat niet kunnen?’ zegt Clemens.

Olivia klapt de bloemenmap dicht en is ineens weer vol aandacht. Het verhaal van mijn vader kent ze door en door, maar dit is een onverwachte wending.

‘Als jij het wilt, regel ik dat voor je.’

‘Je bedoelt dat je hem opgraaft?’

‘Ja. De grafrusttermijn bedraagt tien jaar. Die is ruimschoots verstreken. Jij, als nabestaande en grafrechthebbende, mag je vader herbegraven.’

Ik ben even stil.

Dan begin ik te stralen.

‘Dat wil ik!’ zeg ik. ‘Dat is precies wat ik wil.’

- BIOGRAFIE -

Heleen van Royen


Heleen van Royen, geboren in 1965, schreef de bestsellers De gelukkige huisvrouw, Godin van de jacht, De ontsnapping, De mannentester en Sexdagboek, die bijna allemaal succesvol werden verfimd en bewerkt voor theater. In totaal verkocht ze tot nu toe ruim 1.7 miljoen boeken en in 2017 maakte ze de ontroerende documentaire 'Het doet zo zeer' over de dementie van haar moeder. Ze woont samen met Bart Meeldijk.

BESTELLEN


Bestel Moeder, dochter, minnares bij je favoriete boekhandel.



- CONTACT -


Persverzoeken

Jochem Bouwens / +31650286398

Management

Marit Koek / +31654338535